Het groenboek ‘Diplomatieke en consulaire bescherming van burgers van de Europese Unie in derde landen’ – uitgebracht door de Commissie in 2006 – concentreert zich op het recht van artikel 20 van het EG-verdrag. Op grond van dit artikel geniet iedere burger van de Unie op het grondgebied van derde landenwaar de lidstaat waarvan hij onderdaan is, niet vertegenwoordigd is, de bescherming van de diplomatieke en consulaire instanties van iedere andere lidstaat, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die lidstaat.
In het Groenboek doet de Commissie voorstellen ter versterking van dit recht, er op wijzend dat Europese burgers zich vaak niet bewust zijn van het bestaan van dit recht, en recht dat overigens vaak niet volledig door de lidstaten wordt uitgevoerd.
Tegelijkertijd met de publicatie van het Groenboek lanceerde de Commissie een brede consultatieronde. In het Actieplan 2007-2009 ‘Effectieve consulaire bescherming in derde landen: de bijdrage van de Europese Unie’ constateert de Commissie op grond van de gegevens uit de consultatie dat er verschillen bestaan in consulaire bescherming tussen lidstaten. Die discrepanties kunnen aan de verwezenlijking van aanspraken onder artikel 20 EG-Verdrag in de weg staan. De Commissie wil daarom de wetgeving en praktijk van de lidstaten op het punt van de consulaire bescherming nader onderzoeken en de aard en de omvang van deze discrepanties beoordelen.
Het CARE project (acroniem van: Citizens Consular Assistance Regulation in Europe) beoogt de Commissie te voorzien van de instrumenten die behulpzaam kunnen zijn bij het uitvoeren van dit onderzoek. Dat zijn:
- Een rapport waarin de wetgeving en juridische kaders van de lidstaten waar het betreft de consulaire bescherming wordt geanalyseerd.
- Een databank waarin alle relevante juridische documenten worden samengebracht.
De databank zal via het internet toegankelijk worden gemaakt voor alle burgers van de Unie








